In het koninkrijk Golddom woonde een aardige prins, genaamd Serge. Hij was erg geliefd bij de mensen omdat hij behulpzaam en vriendelijk was. Bovendien zag hij er leuk uit. Hij had een guitig gezicht, lachende ogen en goudblonde krullen die glansden in de zon.

Zijn moeder, koningin Vesta, was dol op hem. Hij was het liefste wat ze bezat. Ook al woonde ze in een prachtig kasteel en kon ze alles kopen wat ze maar wilde, niets was haar meer waard dan haar zoon.

De mensen in het land waren gelukkig. Ze vonden het fijn een lieve prins te hebben die later koning zou worden. Serge was als een warme zonnestraal. Elke dag maakte hij een wandeling door de stad om met de mensen in contact te komen. Overal bracht hij geluk. En zelfs mensen die verdrietig waren, maakte hij weer aan het lachen. Zodat ze weer een lichtpuntje zagen in hun somberheid.

Maar in het bos woonde een kwade v rouw, Tekla de heks, die jaloers was op de koningin. Zij wilde ook een kind  hebben. En telkens als ze de prins zag, die ongedwongen met de mensen in de buurt omging, kreeg zij een steek in haar hart. Zij wilde ook een zoon die lief v oor haar was.

Toen verzon ze een list.

Ze ging op een bank in het park zitten en wachtte tot de prins langs zou komen. Toen ze hem zag naderen, pakte ze een zakdoek uit haar tas en begon hartverscheurend te snikken. De prins schrok zich een hoedje. Hij wist niet goed wat hij moest doen. Eigenlijk had hij weg willen hollen, maar hij kreeg medelijden met de heks, die zoveel verdriet had.

‘Vrouwtje,’ vroeg de prins. ‘Wat scheelt er aan? Bent u ziek? Kan ik u helpen?’
De heks lachte in haar vuistje. Dat had ze mooi voor elkaar gekregen. Maar ze deed heel zielig tegen de prins.
‘Ach jongen, zou je mij naar huis willen brengen?.Ik heb zo’n pijn. Ik moet mijnmedicijnen hebben en die liggen thuis.’

De prins dacht na. Natuurlijk wilde hij haar helpen. Maar als de vrouw ver weg woonde, kon hij beter iemand van het paleis vragen om mee te gaan. Hij moest in de buurt blijven van zijn moeder en niet zomaar weggaan zonder iets te zeggen.

‘Waar woont u dan?’ vroeg hij beleefd.
‘Niet ver. Aan de rand van het park.’
De prins keek om zich heen. Er was niemand die hij kon inschakelen om hem te helpen.
‘Goed ,’zei de prins. ‘Ik breng u wel.’

2

’s Avonds wachtte de koningin op de prins. Het was al laat. Het eten stond op tafel en Serge was er nog niet.
In het begin maakte ze zich nog geen zorgen. Hij zou wel komen, hoewel hij altijd keurig op tijd was.

Maar toen hij ’s nachts nog niet thuis was, werd zij hevig ongerust.
De volgende dag was Serge nog niet thuis en de daarop volgende dagen ook niet. Ze vroeg aan de bedienden om te gaan zoeken. Daarna schakelde ze de politie in. Ze vroeg het aan de burgemeester en aan alle vooraanstaande mensen van het land. Wie wist waar haar zoon was? Wie kon haar helpen? Niemand dus.

Daarom ging ze zelf op pad. Ze deed gemakkelijke wandelschoenen aan , een dikke trui, jeans en een jekker tegen de regen. In een rugzak stopte ze allerlei etenswaar en iets om te drinken. En ze ging op pad.

Overal waar ze liep en mensen tegenkwam, vroeg ze of ze haar zoon gezien hadden. Niemand kon haar helpen. De hele dag had ze al gelopen. Het werd donker toen ze aan de rand van het bos stond. Wat moest ze doen? Alles had ze al afgezocht. Alleen het bos bleef over. Ze was wel een beetje bang om zo alleen het donker bos in te gaan. Maar de wens om Serge te vinden en de kopzorgen om hem gaven haar moed. Gelukkig was het volle maan en kon ze telkens een strook in het bos zien. Ze liep schoorvoetend, terwijl ze signalen naar Serge uitzond. Ze moest hem vinden. Ze werd gek van angst om hem.

Op een gegeven moment werd ze zo moe dat ze in het gras bij een boom ging zitten. Ze sukkelde in slaap.
Opeens werd ze wakker. De eerste zonnestralen glinsterden door de bomen. Ze keek verbaasd om zich heen .Had ze hier geslapen? Waar was ze eigenlijk? Die plek kende ze niet. Plotseling hoorde ze een vreemd geluid. Tussen het geklap van de eksters en het gekwinkeleer van vogelsontdekteze het geluid van een houtzaag die op en neer ging. De koningin stond op en liep op het geluid af. Ze kwam bij een klein huisje met een scheef dak, een verveloze deur en een piepklein raampje.
Het gezaag kwam achter het huis vandaan. Ze liep er voorzichtig heen en stond stokstijf van verbazing. Daar stond haar zoon Serge, haar prins, warempel houtblokken te zagen.
‘Lieverd,’ riep ze. ‘Hoe kom jij hier?’
Serge keek op.’ Wie ben u?’
‘Serge, mijn jongen, ken jij je eigen moeder niet meer?’ riep de koningin ontsteld.
‘Nee, ik woon hier. Jij bent mijn moeder niet. Mijn moeder is vlees aan het braden.’
’Serge kom alsjeblieft mee naar huis. Wat is er gebeurd?’
’Ik zou niet weten wat.’
Hij draaide zich om en riep: ‘Mam, er staat een vreemd mens voor de deur.’
De heks Tekla kwam grimmig naar buiten gehold en brieste: ‘Scheer je weg. Blijf met je poten van mijn zoon af.’

3


Ze zwaaide met een bijl door de lucht.
De koningin week achteruit. Ze was verbijsterd. Serge kende haar niet meer. Verdrietig liep ze terug naar het paleis.

Het leek alsof de zon was ondergegaan en nooit meer zou schijnen. Het verdriet van de koningin drukte op heel het rijk. Iedereen was bedroefd om het verlies van de prins en het volk voelde deernis met de koningin maar niemand kon haar verdriet wegnemen. De koningin werd oud en ziek. Met de prins was ook haar lach en haar levenslust verdwenen.

Mina, het buurmeisje van de koningin kon het niet meer aanzien. Ze had vaak met de prins in de prachtige kasteeltuin gespeeld. Ze miste hem ook. Ze bleef de koningin bezoeken om haar op te beuren. En stilletjes wenste ze dat de koningin zou vertellen waar Serge was. Maar de koningin sprak nooit over Serge. Ze was in shock en leed hevig aan neerslachtigheid totdat ze zo ziek werd dat ze het uiteindelijk aan Mina vertelde.
Het was voor beiden een opluchting. De koningin omdat ze eindelijk kon spreken en Mina het verhaal te horen kreeg. Koningin Vesta vertelde aan Mina wat ze gezien had. Waar Serge woonde en dat hij haar niet herkend had. Dat hij een vreemde voor haar was geworden. Ze begreep het niet. Ze zou zo graag weten wat er van hem terecht was gekomen en waarom hij haar nooit meer bezocht had.
Mina luisterde aandachtig. Ze voelde compassie voor de koningin. En nam het besluit Serge te gaan zoeken. Hij mocht zijn moeder niet zo maar negeren
Ze dacht heel diep na. Waar zou dat bos zijn? De koningin kon zich alleen herinneren dat ze in het stadspark gezocht had. Hoe ze precies in het bos was gekomen wist ze niet.

Mina was van plan Serge te zoeken. Toen ze haar tocht had voorbereid, wandelde ze op een mooie lentedag naar het stadspark.
Het was een groot park, een bos bijna, met reusachtige bomen met stramme gladde stammen. Het gedeelte dichtbij de huizen was begroeid met vlinderstruiken,rozen en gladiolen. Er was een grote vijver met goudkarpers en goed onderhouden grasperken. Het was heerlijk in het park. Overal speelden kinderen, wandelden mensen of zaten oude mensjes op banken te genieten van de zon.
Maar in het mooie gedeelte van het park moest Mina niet zijn. Dat begreep ze ook wel.
Ze begon in de richting van de statige bomen te lopen. Als er ergens een weg naar het bos moest zijn, was het hier wel.

Mina liep helemaal tot aan het hek. Het was een stevig ijzeren hek met spijlen die wel sterk en breed waren, maar niet breed genoeg om er door te kruipen. Erachter lag een donker dichtbegroeid bos.
‘Dat moet het bos zijn,’ zei Mina hardop.

4

Maar links en rechts strekte het hek zich uit. Je kon hier niet in het bos komen.
Mina liet zich niet zo snel afschepen. Ze bond een strik van haar paardenstaart aan een spijl van het hek vast. Ze begon langs het hek naar rechts te lopen. Er groeiden grote struiken met doorns en brandnetels. Het was moeilijk om er langs het hek te lopen, maar Mina gaf niet op. Ze wilde Serge vinden.
Het hek liep dood bij de stadsmuur. Mina kon niet meer verder. Ze liep terug en vond haar roze strik. Toen begon ze de tocht naar de andere kant. Ook daar groeiden stekelige struiken en prikkende distels. Mina was vastberaden en opeens kwam z e bij een opening. Het hek hield op bij een afgrond. Mina keek in een duizelingwekkende diepte. Ze deinsde terug. Hier waren werklieden stukken grond aan het afgraven, maar achter het hek strekte zich het bos uit. Daar zag Mina ook een paadje. Als ze voorzichtig om de paal van het hek draaide, kon ze de open plek bereiken.
Mina berekende haar kans. Ze greep de paal vast end raaide snelrond, sprong en belandde precies op een veilige plek. Oef, dat was spannend.

Ze kwam terecht in een donker woud met oude kromgegroeide bomen en dicht struikgewas. Het was er doodstil. Geen vogel was er te horen, geen blad dat knisperde door de wind, geen getrippel van voetjes op de grond. Zelfs haar eigen voetstappen maakten geen geluid. Zo dicht was het mos op de bodem. Mina luisterde intens en keek onderzoekend rond. Ze vond het een nare plek. Ze werd er een beetje bang van. Maar ze wilde Serge vinden en daarom liep ze dapper verder. Er gebeurde niets. Het bleef stil.
En dat was toch wel geruststellend.
Na een tijdje kwam ze bij een scheefgebouwd huisje met een raampje en een deur die openstond. Dit moet het huisje zijn van Tekla de heks, dacht ze Koningin Vesta had het haar duidelijk beschreven.

Ze liep achterom en zag Serge grote boomstammen aan het zagen.
‘Serge,’ riep ze zacht. ‘Serge, ik ben het Mina. Ik kom je halen om naar huis te gaan.’
Serge keek verbaasd op. ‘Ik ken geen Mina,’ zei hij. ‘Trouwens ik heet Tim.’
’Serge, wat is er met je gebeurd? Weet je dan niet dat je een prins bent? Ken je mij niet meer .Je vriendin en buurmeisje.?’
Ongelovig haalde Serge zijn schouders op. Hij wist niet wat hij ervan moest denken. Mina kwam wat dichterbij hem staan, zodat hij haar goed kon zien. Serge gaf geen blijk van herkenning. Hij was erg veranderd vond Mina. De guitige lach in zijn ogen was verdwenen. Hij was mager geworden en zag erg bleek.
Mina wilde hem overreden om mee terug te gaan. Maar onverhoeds verscheen Tekla de heks.
‘Wat moet dat hier!’krijste ze.
Verstijfd van schrik keek Mina naar de heks. Ze had totaal niet meer aan Tekla gedacht. Ze kon geen woord uitbrengen.

5

‘Als ik het niet dacht,’ gromde Tekla de heks. ‘Hier stiekem binnenvallen. Zijn er nog meer mensen in het bos. Is het hek kapot?’
‘Nee,‘ zei Mina.
‘Hum. Heeft iemand je gevolgd?’
‘Nee, mevrouw.’
‘Dat is dan goed ook. Jij blijft hier. Ik kan tenminste ook van jou gebruik maken. Ik word al wat ouder, dus jij kunt mooi het huishouden doen. Poetsen, wassen, koken en zo meer. Pak die bezem en begin maar de houtsplinters weg te vegen. En Serge vooruit! Aan het werk,’ commandeerde ze.
Zo werd ook Mina aan het werk gezet.
Ze moest zo hard sloven dat ze geen kans zag om Serge te spreken. Bovendien hield Tekla de heks haar de hele dag in de gaten.

In tegenstelling tot Serge was Mina op haar hoede. Ze nam scherp waar en tekende alles op in haar geheugen. Na een tijdje wist ze precies wat Tekla de heks deed. Wanneer ze naar het bos ging om paddenstoelen, bessen en kruiden te plukken en hoe laat ze een dutje deed. Omdat Mina de opdrachten die ze kreeg keurig uitvoerde en niet zeurde om naar huis te gaan, verslapte de aandacht van de heks. En dat was de kans voor Mina om met Serge te praten.

Aan de dingen die Mina in het voorbijgaan tegen hem zei, bleef Serge denken als hij het sprokkelhout aan het kappen was.
Mina had hem verteld van de paleistuin met geurende rozen, wondermooie bloemen, een grasperk met een prieeltje. Heerlijk om te spelen. Een rotstuin met waterval en een kristalhelder beekje waarin je kon zwemmen. Hier in het bos had hij geen waterval gezien en ook geen rozen. En toch wist hij dat wat Mina vertelde op waarheid berustte. Maar helemaal opgewonden was hij van het feit dat zijn echte moeder een koningin was. Dat bekende dat hij een prins was. Hij kon het niet begrijpen. Hoe kwam hij dan Hier? Mina had hem ook verteld dat zijn moeder hem was komen zoeken. Hij had haar niet herkend. Zijn moeder was zeer ongelukkig.
Het werd Serge allemaal wat te veel. Hij moest er diep over nadenken. En dan kreeg hij van die rare gevoelens. Hij werd er verdrietig van als Mina over zijn moeder sprak. Hij wilde dat ze ophield. Toch bleef Mina invloed uitoefenen op Serge. Ze merkte dat hij gevoeliger werd. De verstarring begon langzaam te wijken. Nog even moest ze geduld hebben en dan zouden ze een manier vinden om te vluchten.
Maar Tekla de  heks kreeg het in de gaten. Ze zag dat de betovering bij de prins zwakker werd. Ze moest opnieuw een brouwsel maken dat de prins zou bedwelmen. Hij mocht niet te weten komen dat hij een prins was. Als hij eenmaal wist wie hij was, zou hij de vlucht nemen. En dan zou zij geen zoon meer hebben die voor haar zou zorgen.
Serge die ze Tim had gedoopt, mocht niet bij haar weggaan. Mina moest ze wegsturen, die werd voor te gevaarlijk. Met haar praatjes bracht ze de prins in de war. Dat mocht niet gebeuren.
Diezelfde nacht stond ze op en sloop naar een grot in de buurt die afgesloten was door een ijzeren deur met een stevig slot. De grot lag verborgen achter dichtstruikgewas. Tekla de heks deed het slot van de deur en liep naar binnen. Daar was haar domein. Haar kookhol, waar ze toverdrankjes brouwde. De hele nacht bleef ze in haar hol. En bereidde zorgvuldig een nieuwe drank die de prins moest bedwelmen.

6

De volgende morgen bij het ontbijt stuurde ze Mina naar de moestuin om tomaten te plukken.
Mina pakte gehoorzaam haar mandje en liep naar buiten.
Tekla de heks lachte tegen de prins en gaf hem een beker met het drankje.
‘Hier, lieverd, ik heb iets lekkers voor jou gemaakt. Daar word je sterk van.’
Serge dronk de beker leeg en liep naar buiten om zijn dagelijkse karweitjes af te maken. Hij voelde zich een beetje raar in zijn hoofd. Hij ging op de grond zitten en leunde tegen de houtstapel. Hij sloot zijn ogen en dommelde weg.
Mina kwam niets vermoedend terug.
Tekla de heks stond haar op te wachten, rukte haar de mand uit haar handen en stuurde haar het bos in.
‘Waag het hier ooit nog in de buur te komen,’ krijste ze. ‘Ga terug. Ik wil je hier nooit meer zien.’
’Waarom? Wat heb ik misdaan?’ vroeg Mina.
‘Je maakt mijn Tim gek met je verhaaltjes.  Scheer je weg!’ Driftig gooide ze de deur dicht.
Wat nu. Hoe kon ze de weg naar huis vinden? En Serge? Ze kon hem toch niet achterlaten. Ze liep een eindje het bos in en draaide toen in een grote boog om het huisje van de heks. Aan de achterkant maakte ze een gat in de heg en gluurde erdoorheen. Ze zag Serge in elkaar gezakt tegen de houtstapel liggen. Wat was er met hem gebeurd? Ze zou niet weggaan zonder hem. Maar hoe moest ze dat aanpakken?
De hele dag bleef ze in de buurt van de houtstapel waar Serge sliep. En toen ze merkte dat hij wakker werd, kroop ze dichtbij en riep hem zachtjes bij zijn naam. Maar Serge reageerde niet. Ze gooide steentjes naar;hem en floot een deuntje. Niets hielp. Toen verscheen de heks en nam hem mee naar binnen.

Mina bleef de hele nacht bij het hek zitten. Ze wist niet wat ze moest doen. En toen hij de volgende dag nog niet reageerde, riep ze: ‘Tim, ik ben hier.’
De prins keek haar versuft aan. Hij herkende haar niet. Hij haalde zijn schouders op en liep naar binnen. Mina hoorde Tekla de heks naar buiten schuifelen en verstopte zich vlug in het struikgewas.
´Er is niets, Tim,’ Zei de heks. Ga maar weer aan het werk.´
Mina begreep dat Serge weer betoverd was. Al haar werk om hem wakker te maken, was tenietgedaan.

7

Mina liep treurig weg. Het was mislukt. Zij kon hem niet helpen. Ze durfde niet terug naar de koningin zonder Serge. Wat moest ze dan doen? Ze zocht een plek in de buurt waar ze van sprokkelhout, bladeren en mos een soort hut bouwde waarin ze kon overnachten. Ze wilde niet haar plan, Serge te bevrijden, opgeven. De koningin was zo verdrietig. Mina wilde voor geen goud de koningin teleur stellen.
Toen ze klaar was met haar werk, kroop ze naar binnen. Aan de buitenkant was niet te ontdekken dat het haar slaapplaats zou zijn. Ze ging op het zachte mos liggen en dacht diep na. Hoe moest ze Serge bevrijden? Ze wenste intens dat ze hulp kreeg. Toen viel ze in slaap.

Vroeg in de ochtend werd ze wakker. Voorzichtig gluurde ze naar buiten. Ze had honger. Ze wilde wel wat eten. Verbaasd zag ze dat een eindje verderop eetbare vruchten, noten en paddenstoelen lagen. Wie had die er neergelegd. Zou Tekla de heks dat gedaan hebben? Misschien waren ze wel giftig. Mina durfde er niet van te eten. Het was zo vreemd dat daar opeens lekkere dingen lagen.
Ze bleef er bedroefd naar kijken. Opeens sprong er een eekhoorn naar beneden, greep een walnoot en begon eraan te knabbelen. Toen kwamen er enkele meesjes en pikten in de vlierbessen. Een merel smulde van de bosaardbeien en een varkentje at van de paddenstoelen. Ze zijn niet giftig, dacht Mina verheugd en begon ook te eten van de noten en vruchten. Vooral de vlierbessen waren heerlijk en gaven haar energie. Ze voelde zich krachtig worden.

Zo ging het elke dag en Mina werd met de dag krachtiger. Na drie dagen lager er alleen maar vlierbessen op een grote hoop. Veel te veel om in je eentje op te eten. Serge zou ze moeten eten, dacht Mina. Daar wordt hij wakker van.
Mina kreeg het er helmaal warm van. Dat is het, dacht ze blij. Ze pakte de berg vlierbessen in een groot blad en zocht een tak vol bladeren om zich achter te verschuilen. Toen sloop ze zachtjes naar het hek waarachter Serge hout aan het zagen was. Ze wist niet of Tekla de heks al aan haar middagdutje begonnen was. Daarom floot ze een vogeldeuntje. Er gebeurde niets. Tekla de heks was niet te zien. Mina floot toen langer en indringender. Serge keek op. En bij het aanhoudende gefluit liep hij naar het hek toe. Op dat moment trok Mina de tak opzij zodat hij haar gezicht zag. Serge keek verbaasd en wilde roepen, maar Mina legde haar wijsvinger op haar mond als teken dat hij moest zwijgen en bood hem een handvol vlierbessen aan om op te eten. Serge gehoorzaamde en stak de vruchten gulzig in zijn mond. Hij hield van vlierbessen.
Opeens keek hij haar aan, alsof hij haar herkende. Mina was tevreden. Haar list was gelukt. Ze legde nogmaals haar wijs vinger op haar lippen en fluisterde ´morgen´ en liep weg. Serge ging weer aan het werk. Maar nu dacht hij telkens aan Mina. Hij wilde naar haar toe.

8

Mina kwam nu elke dag en bracht steeds een handvol vlierbessen mee. Serge was wakker aan het worden. De betovering was bijna verdwenen. Toen op een dag wist hij weer wie hij was. Hij begreep dat Mina hem kwam redden. Ook besefte hij dat Tekla de heks gevaarlijk was. Zij mocht niets merken, dus bleef hij tegenover haar beleefd en gehoorzaam alsof hij nog altijd onder haar invloed was.
Maar toen Tekla de heks sliep, groef hij een gat onder het hek en wachtte op Mina. Die kwam zoals elke dag met een handvol vlierbessen. Serge kroop door het gat en zei: ‘Laten we vluchten nu Tekla de heks nog slaapt. Ik weet nu wie ik ben. En ik wil naar huis.’
Mina lacht verheugd. Zij greep zijn hand en samen liepen ze door het bos op zoek naar een uitweg.

Het werd donker. Dikke donderwolken pakten zich samen. Er zat onweer in de lucht. Ze moesten zich haasten om weg te komen. Af en toe gaf de maan een beetje licht om hun weg door het donkere bos te vinden.
De prins was bang, maar Mina hield hem stevig bij de hand.
‘We komen er wel uit,’ fluisterde ze. ‘Wees niet bang. Niemand kan ons scheiden. We vinden de uitgang. Je moet erin geloven.’
Mina zelf wilde er ook in geloven, ze dacht dat ze in de verte de bomen van het park zag.
Plotseling hoorde ze een kabaal achter zich. Tekla de heks schreeuwde het hele bos wakker.
‘Help mijn jongen wordt ontvoerd. Houd ze tegen!’
‘Rennen,’ commandeerde Mina.
Samen zetten ze het op een lopen. Ze renden zonder er bij na te denken en bereikten het hek waarachter de grote beuken van het park stonden.
Op goed geluk zwaaide Mina naar rechts en vond de afgrond met het einde van het hek.
‘Jij eerst,’ zei Mina. ‘Pak de paal vast en draai vlug een halve slag om. Ik volg als jij het gehaald hebt.’
Het begon te donderen en te bliksemen. Tekla de heks gilde nog steeds. Een luchtstaal flitste door de lucht. En daar stond Tekla de heks. Midden op het pad.
’Vlug spring,’ riep Mina en duwde de prins naar de paal. Serge sprong en bereikte de overkant. Mina wilde ook springen, maar daar holde Tekla de heks naar haar toe. Een en al haat en woede. Mina sprong en op dat moment flitste een bliksemschicht door de lucht en raakte het pad waarop Tekla de heks stond. De grond verdween in de diepte en nam de heks mee. Mina had het juist gered. Verbijsterd stond Serge te kijken. De kinderen hadden even tijd nog om bij te komen. Toen zei Mina vastberaden: ‘We gaan naar huis. Geen heks houdt ons nog tegen.’
Serge k nikte.

9

Het park lag er stil bij. Er was nog niemand aanwezig. De zon bescheen een klein plekje b ij de vijver. Het was er zo rustig en kalm dat de kinderen er op hun gemak doorheen konden lopen zonder dat iemand hen zag. Zo konden ze even op adem komen van het grote avontuur.
Na een kwartiertje kwamen ze bij het kasteel aan. Ook daar heerste rust. Er was nog niemand op.
Maar Mina had geen lust om te wachten totdat er iemand wakker werd. Het moest nu gebeuren. Ze greep de klepel beet van de bel die naast de poort hing en maakte flink kabaal door hard de klok te luiden.
De kinderen hoorden gestommel in de gang. En daar stond de portier, ongewassen, haastig in de kleren gestoken en met ongekamde haren.
´Tjonge, tjonge,´ riep hij uit. ´Kijk eens aan. Is dat prins Serge?´
Hij vloog de trappen op naar de slaapkamer van koningin Vesta en bleef hijgend staan. Hij kon geen geluid uit zijn keel krijgen. Hij stond daar met een vuurrood hoofd te wapperen met zijn handen.
´Charles, wat is er? Waarom doe je zo raar?´ vroeg de koningin.
´Serge, Serge,´ piepte hij.
´Wat zeg je. Serge?´
´Ja moeder. Hier ben ik. Mina heeft mij gered.´
Toen koningin Vesta haar zoon zag, begon ze te huilen van geluk. Ze omhelsde Serge alsof ze hem nooit meer los wilde laten. En ze bleef maar huilen totdat al het verdriet verdwenen was. Daarna begon zij te lachen. Te daveren van de lach. Iedereen in de slaapkamer stond vreemd te kijken naar dat rare gedrag van de koningin. Was ze van lotje getikt? Ze kon niet meer ophouden met lachen.
Plotseling was het lachen over.
Koningin Vesta zei: ´Nu ben ik weer beter. Mina moet maar hier in het paleis blijven wonen. Ik kan geen betere vrouw vinden voor mijn Serge.
Vanaf vandaag wil ik alleen nog maar vreugde beleven. En vrienden om mij heen die mijn geluk delen. Alle mensen in het land moeten gelukkig kunnen zijn. Ik zal weer het voorbeeld geven.´
En zo gebeurde het.