De poort stond open. Op de boog boven de poort was met grote letters geschilderd:
Het Land van Gaia.
Ricky keek voorzichtig naar binnen. Voor hem lag een vijver met waterlelies. In de verte zag hij rotsen met watervallen. Rechts stonden grote woudreuzen. Bomen die naar de hemel reikten. Links slingerde een weggetje naar beneden, vlak langs de vijver.

Nieuwsgierig zette Ricky een voet op het pad. Er gebeurde niets. Zou hij het wagen? Nog een stapje en nog een stapje. Opeens was hij binnen.
‘Ho, ho. Wat kom jij hier doen?’ vroeg een klein stemmetje.
Ricky keek eens om zich heen. Er was niemand. Ja, toch. Er brandde een klein lichtje in het gras dat heen en weer zwaaide.
‘Nou, komt er nog was van?’
Het lichtje begon fel te branden en op en neer te wippen.
‘O, ik wil weten wat het land van Gaia is.’
‘Dat kan, maar dan moet je eerst een pand geven.’
‘Een pand geven? Wat is dat?’
‘Je moet iets geven; iets betalen om binnen te komen.’
‘Ik heb geen geld.’
‘Je kunt van alles achterlaten. Maak je broekzakken maar eens leeg.’
Ricky haalde er een prachtig kompas uit. Hij had het voor zijn verjaardag gekregen en was er erg trots op.
‘Laat dat maar hier,’ zei het lichtje. ‘Als je aan alle opdrachten hebt voldaan, kun je het terugkrijgen.’
‘Opdrachten! Wat moet ik dan doen?’
‘Dat weet ik niet. Ik ben hier alleen om de panden in ontvangst te nemen.’
Ricky aarzelde. Zou hij wel naar binnengaan? Zonder kompas kon je verdwalen. Maar toen zag hij een kleine poolvos weghollen. Alsof die hem de weg wees. Hij legde zijn kompas op een platte steen in de buurt van het lichtje en rende het vosje achterna.

Opeens was de vos verdwenen. Ricky stond voor een hek waarachter een hert aan het grazen was. Naast hem huppelde een lichtje in het gras. Het hert hief zijn kop in de lucht en keek Rick onderzoekend aan.
‘Ga op avontuur, zoek het vosje,’ riep het lichtje.
Het hertje knikte met zijn kop. ‘Ja, ja. Ga met het vosje mee.’
Maar de witte vos was nergens te zien.

2

Ricky kon niet blijven staan. Het hert was teruggekeerd naar de kudde.
Hij liep verder en kwam bij een houten wankel bruggetje dat boven een gevaarlijk moeras hing en in de schaduw van een rots verdween. In de diept lag een krokodil. Zijn oogjes glinsterden in de modder en een andere kroop uit de modderpoel en versperde de weg. Maar er dartelde ook een lichtje rond. ‘Wees niet bang!’ riep het.

Rick was wel bang. Het bruggetje wiebelde te veel. Als hij viel zou hij bij de krokodillen terechtkomen. Maar hij kon niet  terug. Als je eenmaal aan iets begonnen was, moest je het wel afmaken. De krokodil deed zijn bek open en het lichtje zei: ‘Krokodillen zijn de bewoners van de oerwereld. Ze zijn al heel oud. Ze beschermen Gaia, de geest van de oude wereld. Loop maar door en kijk niet om.’

Ricky liep het bruggetje over. Voorbij de bocht zag hij enorme rotsen met kolkende watervallen. Er liep een smal spoor omhoog door een dicht bos van reusachtige bomen. Het licht viel als een sluier door het bladerdek heen. Ricky was helemaal alleen. Waar moest hij nu naartoe? Hij keek eens om zich heen en zag een wolf achter een boom staan. Hij schrok ervan en wilde weghollen. Maar er klonk een diepe stem die hem stil deed staan.
‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik ben het lichtje van de wolf. Wolven bieden bescherming. Ze houden ervan bij elkaar te wonen en voor elkaar te zorgen. Ze zijn heel loyaal voor mensen als je hen tenminste met rust laat. En als ze geen honger hebben. Deze wolf heeft geen honger. Hij wil je alleen de weg wijzen. Probeer het maar.
‘Beste wolf,’ zei Rick. ‘Ken jij de weg in dit bos? Zou je me willen helpen?’
‘Natuurlijk,’ zei het lichtje. De wolf keek Rick vriendelijk aan. Je zou zweren dat hij geantwoord had en zelfs glimlachte. Hij liep vooruit over het paadje; Ricky snelde achter hem aan totdat ze bij een open vlakte kwamen. De wolf schudde met zijn kop en hief een poot omhoog. Toen draaide hij zich om en liep terug naar het bos.
Hè, hè. Wat een avontuur. Rick had het er helemaal warm van gekregen. Hij ging puffend in het gras zitten en keek uit op een glooiend groen dal. Zo ver als hij kon kijken zag hij hoe het groene gras overging in wit zand. Zelfs in geel en rood zand afgeschermd met prachtige bomen. Bomen met vruchten en bomen met eikels. Zag hij daar niet een giraf zijn lange nek uitsteken om frisse blaadjes te plukken met zijn dikke lippen die hij al kauwend opat?
Hij zat zo stilletjes naar de giraf te kijken dat hij niet in de gaten had dat er een lynx naast hem stond.
‘Elk dier draagt een speciaal lichtje dat je iets te zeggen heeft,’ zei de lynx. ‘Je moet de dieren gaan zoeken en ontdekken wat ze jou te vertellen hebben.’

3

Ricky keek verbaasd naar de lynx. Hij had nog ooit een lynx gezien. En zeker niet een die kon praten. Maar het was zijn lichtje dat sprak. De lynx keek hem alleen geheimzinnig aan.
‘Ik weet niet wat ik verder moet doen. Is het nog ver?’
‘Dat ligt er maar aan of je de dieren begrijpt. Dat kan heel snel zijn of erg lang duren.
‘ Ik kan niet te lang wegblijven. Ik moet op tijd bij mijn familie zijn. Ze weten niet waar ik ben.’
‘Daar kan ik je niet bij helpen.’
‘Ik ben zo alleen,’ zei Ricky. ‘Kan iemand mij de weg wijzen?’
‘De weg gaat vanzelf,’ zei de lynx. ‘Je hoeft de paadjes maar te volgen. Maar ik zal je verklappen dat je straks een vriendje vindt.’
‘Echt waar?’
‘Echt waar. Ga nu maar verder.’
‘Dag lynx,’ zei Ricky. ‘Bedankt.’
Ricky stond op en volgde het pad naar beneden.
Tot zijn verrassing stond het poolvosje op hem te wachten.
‘Hallo, Ricky. ‘Ik ga met je mee. Je hebt een vriendje gevraagd. Is een vriendinnetje ook goed? Ik ben namelijk een vrouwtjesvos.’
‘Natuurlijk’ zei Rick. ‘Ik ben blij met gezelschap.’
‘Laten we dan maar gaan,’ zei de vos.
‘Kun jij praten?’ vroeg Rick. ‘Waar is je lichtje gebleven?’
‘Dat zit nu in mij. Ik heb dat verdiend door mensen de weg te wijzen. Daarom kan ik nu met mensen praten. En zeker met kinderen.’
‘Wat fijn,‘ lachte Rick.
‘Om het hardst!’
Ze holden de helling van de heuvel af en rolden in het gras.
‘Ho. ho, ho. Wat moet dat?’
Een grote olifant stond voor hen en zwaaide met zijn lange slurf. Grote cirkels maakte hij in de lucht. Toen begon hij te trompetteren zo hard dat de bomen begonnen te zwiepen. Hij spoot zelfs water in het rond.
Ricky schrok zich een hoedje.
‘Ha, ha, ha.’ lachte een groot licht. ‘Je hoeft niet te schrikken. Dat doet Jumbo altijd als hij plezier heeft. En hij heeft plezier. Hij vindt het zo fijn om jou te ontmoeten. Hij heeft er lang naar uitgezien.´

4

´Wist hij dan dat ik kwam.’
’Ja, hij zag je al van verre door de poort naar binnenstappen. Daarom is hij zo blij. Hij heeft een boodschap voor jou.’
‘ O, ja?’
De olifant keek Ricky met glinsterende ogen aan. Hij wuifde met zijn kop. Zijn slurf maakte een sierlijke zwaai boven zijn hoofd en boog toen helemaal naar beneden alsof hij Ricky wilde begroeten en eren voor zijn bezoek.
‘Ik vertegenwoordig de oerkracht,’ zei het licht van de olifant. ‘Ik ben het grootste wezen op aarde en let op de dieren of zij zich goed gedragen en hulp nodig hebben. Samen met de adelaar. Hij moet zorgen voor het evenwicht in de lucht.’
Op dat moment vloog een steenarend cirkelend in de lucht en streek neer op een boomstronk. In zijn verenkleed glinsterde een lichtje.
‘Ha die Rick,’ riep het lichtje. ‘Kun jij zien hoe machtig wij zijn?’
’Vast wel,’ zei het licht van de olifant.
‘Zullen we eens een demonstratie geven?’ stelde de olifant voor. ‘Ik zal heel hard op de grond stampen en nog harder trompetteren, zodat het hele land van Gaia mij kan horen. En jij adelaar. Vertoon je kunsten. Laat zien hoe hoog je kunt vliegen en omlaag kunt duiken om een prooi te vangen.’
‘Stop, stop. Stop hiermee.’
Een prachtig zwart paard met glanzende manen kwam in volle galop aangedraafd. Een schitterende bal van licht rolde over zijn rug. Hij hief het hoofd en hinnikte.
De lichtbal sprak: ‘Ik weet dat jullie Rick willen huldigen en kracht geven omdat hij nog een taak in het land van Gaia moet vervullen, maar daar is nu geen tijd voor. Dat is voor later. Nu neem ik hem mee. Spring opmijn rug Rick. We gaan er van door.’
Het paard ging naast de boomstronk staan, zodat Rick gemakkelijk op zijn rug kon klimmen.
Toen zette hij het op een lopen. Het paard vloog over de vlakte, over de bergen en woestijnen en bleef eindelijk stilstaan bij een slapende leeuw.
‘Hé, word eens wakker! Je hebt bezoek.’
De leeuw deed langzaam een oog open en keek Ricky aan. ‘Mm,’ gromde hij.
Hij draaide zich om en wilde weer gaan slapen.
‘O, nee. Wakker worden. Je moet Ricky een geschenk geven,’ riep de vuurbal van het paard.
‘Ik heb niets te geven. Ik ben al oud en moe. Mijn taak zit er bijna op,’ zei een zwak licht dat naast hem in het zand lag.

5

‘Onzin. Je moet je kennis doorgeven, anders heb je voor niets geleefd,’ zei de poolvos die buiten adem kwam aangerend.
‘Poeh, poeh! Is me dat rennen. Jullie gingen veel te hard. Ik kon het nauwelijks bijhouden.’
De leeuw richtte zich op en ging op zijn achterpoten zitten.
‘Je hebt gelijk,’ zei zijn licht. ‘Een leeuw, die de koning der dieren is, moet zijn kennis en wijsheid met anderen delen. Ik zal mijntaak vervullen.’
Hij ging er goed voor zitten en begon: ‘Lang geleden was ik een kleine welp. Een ondeugend en ondernemend jongetje dat de wereld wilde verkennen en veroveren. Ik kreeg veel vrijheid van mijn ouders. Ik mocht veel. Toch heb ik altijd naar de wijze raad van mijn moeder geluisterd. Zij wist precies wat gevaarlijk was. En van mijn vader leerde ik de dieren te respecteren en iedereen te behandelen, zoals ik zelf behandeld wil worden. Mijn vader was een geweldige koning. Iedereen had respect voor hem. Hij was duidelijk de leider.
Mijn ouders zijn mijn voorbeeld geweest. En het is altijd goed met mij gegaan. Ik heb niet veel tegenslagen gehad. Mijn raad is: Kijk altijd naar de goede voorbeelden en volg die .Dan zal het in je leven goed gaan, Rick.’
De leeuw was moe en wilde weer gaan slapen.
‘Waar gaan we nu naar toe?’ vroeg Rick. ‘Ik wil naar huis.’
‘Nog even ,’ zei de poolvos. Ik heb nog een afspraak gemaakt.’
‘Ik ga terug,’ hinnikte het paard. ‘Volg dat zandpad tot boven aan de top. Dan zul je het bos zien liggen. En voorbij het bos is de poort naar buiten. Dag! En weg was hij.’
Ricky liep met het vosje de zandheuvel op.

Toen ze na veel geklauter boven waren, keken ze uit op een enorme zandvlakte waarin een sparrenbos lag. Te midden van het bos kronkelde een snelstromend beekje dat uitkwam in een waterbekken.
‘Oef, dat is nog ver,’ zei Ricky.
‘Dat valt wel mee. Kom!’
De poolvos rende de heuvel af en bleef staan bij het begin van het bos en wachtte op Rick. Die deed zijn best om de vos in te halen.
Ze liepen samen het bos in. Behalve dennenbomen waren er ook loofbomen. Hele grote en dikke beuken en eiken. Er viel bijna geen licht door het bladerdek. Voorbij een rots naast de snelstromende beek zat een beer. Hij zag er verdrietig uit.
‘Dag beer,’ zei het vosje. ‘Heb je een boodschap voor Rick?’
‘Ik weet het even niet,’ zei de beer. ’Ik heb pijn en kan nu niet zo goed iets bedenken.’

6

‘Waar heb je pijn,?’ vroeg Rick. ‘Misschien kan ik helpen.’
‘In mijn poot.’
‘Laat eens kijken. ‘Rick deed precies wat zijn vader zou doen. Zijn vader was dokter en Rick had hem vaak bezig gezien met het verzorgen van wonden.
Vol vertrouwen liet de beer zijn poot zien. Rick schrok. Dat zag er lelijk uit. Er stak een lange splinter in de binnenkant van zijn rechtervoorpoot.
‘Oei,’ zei Rick. ‘Die moeten we zo snel mogelijk eruit trekken. Het zal wel even pijn doen, beer. Maar hij moet eruit voordat je een ontsteking krijgt.’
‘Jonge jonge. Wat ben jij knap,’ zei het vosje. ‘Ik zal je wel helpen.’
‘Oké. Zullen we maar beginnen?’
De beer knikte. Ricky greep de klauw van de beer vast. Die hield zijn kaken stevig op elkaar. De splinter zat er diep in. ‘Kun jij hem met je tanden eruit trekken dan duw ik zijn poot omlaag.’
De vos zette zijn tanden in de splinter en begon te trekken, terwijl Rick de klauw de ander kant op duwde. En opeens, plop, vosje buitelde naar achteren met de splinter in zijn bek. De beer grijnsde. De pijn was weg. Ook Rick en de vos lachten en sprongen van blijdschap in het rond. Hadden ze dat niet chic gedaan.
‘Nu, moet je je poot afspoelen in het water en er wat voorzichtig mee zijn tot de wond is genezen.’
Ricky voelde zich een hele dokter en was trots op zijn werk.
De beer was overgelukkig. ‘ ik hoef je nu geen boodschap meer te geven,’ zei hij. ‘Je hebt al meer dan genoeg gedaan. ‘Ga maar verder. Ik red me wel.’

Ricky en de vos volgden de beek die in het waterbeken stroomde. En daar waren otters aan het spelen. Ze gleden sierlijk door het glinsterende water dat vol lichtjes zat en zwommen in grote cirkels. Ze doken naar beneden en kwamen proestend weer boven. Ze hadden duidelijk plezier.
‘Otters zijn gezellige dieren, ‘zei het vosje. Je kunt uren naar ze kijken. Ze buitelen de hele dag door het water. Ze laten je zien dat je altijd wel plezier kunt hebben. Dat is belangrijk. Iets fijn vinden.’
‘Ik vind het geweldig fijn vosje. Ik ben ook blij met alles wat ik mocht beleven. Maar nu moet ik echt naar huis.’
‘Daar is de poort. Je hoeft er maar doorheen ten gaan.’
Ricky holde naar de poort. Hij draaide zich nog eenmaal om, zwaaide met beide armen en rolde de poort uit. In zijn hand lag het kompas.
Een grote man tilde hem op en droeg hem in zijn armen.
‘Kom Rick,’ zei Papa. ‘Iedereen zit al in de auto. We gaan naar huis.’