Genre: Verhalen
Prijs: € 3,50


© 1980 Marlène Hommes
"De titel slaat op één verhaal in het bijzonder, maar is ook toepasselijk op het geheel, omdat er in de verhalen tal van opmerkelijke figuren optreden die zo levensecht getekend zijn, dat zij in de ogen van burgers, maar rare lieden, of vreemde gasten zijn."

Cor Bertrand

ONTMOETING

De dubbelgarage, veranderd in een ongezellig café, hing vol rook: een dikke walm die mijn ogen deed tranen. De schetterende muziek bonsde in mijn hoofd en ik dronk wijn uit verveling. En hoe meer ik dronk, des te scherper namen mijn zintuigen het gezelschap waar. Ik hoorde er niet bij, was slechts een toeschouwster van een geesteloos feest.
De koelte van de herfstavond drong tussen de kieren van de poort naar binnen en vermengde zich met de dampige lichamen.

De dansers waren in topvorm. Enkele dames bewogen zich op een manier die Mata Hari beschaamd zou hebben, terwijl zwaarlijvige mannen, met vochtige gezichten, door de knieën probeerden te zakken.
Links aan de bar stonden de meeste gasten. Ze dronken, braakten flauwe grapjes uit of hingen er apathisch bij. Sommigen spraken druk door elkaar in eindeloze monologen waarnaar niemand luisterde. Er werd ook gelachen: met harde gillende klanken zonder een spoortje humor.

Anderen stouwden zich vol met de op een tafel uitgestalde gerechten van een gerenommeerde traiteur.
Ik stond alleen. Het was alsof ik keek door een vensterglas naar mensen die tot een wereld behoorden waaraan ik geen deel meer kon hebben. Waren dit mijn vrienden? Nee, ik had er geen enkele binding mee.
Opeens bekroop me een pijnlijk heimwee. Ik verlangde naar de ongedwongen feestjes van vroeger waar veel gezongen werd en gedanst in ritmische bewegingen die het bloed in je lichaam deden tintelen en je doorstroomden met

vitaliserende levenskracht. En gelachen dat er werd! Gelachen dat je buikspieren bekneld raakten en de tranen over je wangen rolden.
Hier kon ik niet lachen. Ik probeerde af en toe mijn mond te vertrekken. Ik moest toch mee kunnen doen. Maar mijn lach bleef steken in een grimas. Ik kon niet lachen zonder vreugde. Weer liep ik naar de bar en liet mijn glas volschenken. Alleen de drank was echt. Ik dronk en op hetzelfde moment dat ik het glas weer naar mijn lippen bracht, staarde ik in de ogen van een vreemdeling. In vreemde, spiegelende ogen, waarin duizend lichtjes

weerkaatsten die, ieder apart, oprechtheid uitstraalden en warme belangstelling. Geboeid door die blik gluurde ik naar de man die erbij hoorde.
Hij was een jaar of zesendertig en één bundel kracht. Zijn  donker haar en goed gesoigneerde baard omlijstten een fijngetekend gezicht. Hij had de handen van een kunstenaar, gevoelig en sterk. Met een doortastend gebaar pakte hij mijn glas af en zette het achteloos weg.
'Dat helpt je niet,'  zei hij. 'Dit is geen middel om je leegte te vullen.'

Ik knikte en verdronk haast in die spiegels. Ik worstelde om los te komen van die heldere blik.
'Wie ben je?' vroeg ik achterdochtig.
Hij glimlachte. 'Ik ben je beschermer. Noem me maar Jonathan.'
'Ik ken je niet!'
'Toch wel. Maar je bent me vergeten. Je had me niet meer nodig toen de wereld aan je voeten lag. Je werd hoogmoedig en ijdel en daardoor hoorde je niet meer wat ik je te zeggen had.'
Zijn stem, vol van harmonische klanken, meende ik nu te herkennen.

Heel vaag drong er een herinnering tot me door:een gevoel van vrijheid, lichtheid, van verwondering  over alles wat leefde dat evenals ik deel uitmaakte van de schepping. Het ontroerde me en met moeite drong ik de stekende tranen terug.
'Wat wil je van me?' vroeg ik hees.
'Ik wil dat je dit alles loslaat en met mij op weg gaat.'
'Jonathan, hoe kan ik dit nu loslaten? Dit is alles wat ik heb!'
'Ook dit verkeerde denkbeeld moet je loslaten. Je hebt meer dan jezelf beseft.

Het is de moeite waard er naar te zoeken. Ik zal je bij vrienden brengen die je zullen helpen. Kom!'
Een dikke man trok me mee om te dansen. Uit gewoonte liet ik me meetrekken, maar Jonathan legde zijn hand op de mijne en ik voelde de kracht die daarvan uitging.
'Nu moet je beslissen,' zei hij en liet me los.
Aarzelend stond ik stil. Ik huiverde, was bang voor hem, maar toch trok hij me onweerstaanbaar aan.
De dikke man vond mij niet meer de moeite waard en greep een ander.

Toen stond ik alleen tussen twee werelden in een leegte die me hulpeloos maakte.
Ik keek naar Jonathan. Er ging rust van hem uit en in zijn ogen lag de waarheid.
Vol vertrouwen legde ik mijn hand in de zijne en ging met hem mee door de duistere nacht.
Hoelang we zo liepen door de verlaten stad, weet ik niet meer. Maar bij iedere stap voelde ik mij lichter alsof de ballast langzaam maar zeker van me afgleed.
In een buitenwijk waar één enkel licht brandde, hielden we halt. Jonathan belde drie keer.

Drie zilveren geluidjes weerkaatsten in de stille nacht en de huisdeur zwaaide open.
De gastvrouw keek Jonathan vragend aan en op zijn goedkeurend knikje heette ze me welkom en bracht ons naar een lichte, sfeervolle kamer, waarin een houtvuur brandde en zachte muziek het vertrek  betoverde.
Maar het meest fascineerde mij de mensen. Mensen van allerlei leeftijden praatten geanimeerd met elkaar.

Jongeren en ouderen lachten samen ongedwongen of hielden diepgaande gesprekken. Ik proefde hun verbondenheid. Toch scheen het me toe, dat ze onderling sterk verschilden en uiteenlopende beroepen uitoefenden.  Maar bij allen ontdekte ik dezelfde gezichtsuitdrukking, een warme glans van vriendelijkheid en een open blik. Ze keken mij aan en zonder vooroordeel werd ik in hun  kring opgenomen. Een blij gevoel groeide in mijn borst en ontlokte een bevrijdende lach. Ik was thuis.

 

INHOUD

Gekortwiekte vogel
Parijs ontwaakt
Spiegel van Diana
De vreemde gasten van Madame Beudin
Kermispop
Het einde van Thomas Lisse
Antje
Als de nacht valt
Rozen bloeien in Scandinavië
Iemand wacht op je
Ontmoeting

Cirkels in het ZandDe Bestemde TijdTerugkeer naar LucretaRook en VuurOp zoek naar de AdelaarDe Vreemde Gasten van Madame BeudinLacrimosaZoektocht naar het onbegrensde LandHet Land van mijn gedachten