In de laatste nacht
van zinsbegoocheling
leg ik al mijn kleren af,
verzwegen pijn
en oud verdriet.

In het versteende graf
van het verleden
waar grijze schimmen
verholen monkelen
en verwrongen klauwen
nog trachten vast te grijpen,
stort ik de laatste
resten weemoed.

Vrij en herboren
stap ik de drempel over
betreed een nieuwe
dimensie waarin
de toekomst lacht.

 

© Marlène Hommes